School Quiz
 
  Hoeveel aandacht is er in de school voor de ontwikkeling van leerlingen tot wereldburgers? Moedigt het programma aan tot een bredere kijk op de wereld? Realiseren leerlingen en leerkrachten zich welke activiteiten zij kunnen organiseren om aan de wereld deel te nemen als wereldburger?

Oxfam omschrijft een wereldburger als volgt:
Een wereldburger...

...is zich bewust van de wereld om hem heen en de eigen rol daarin;
...heeft respect voor en hecht waarde aan verscheidenheid;
...levert een bijdrage aan een meer gelijkwaardige en duurzame wereld; ...neemt verantwoordelijkheid voor zijn of haar eigen daden.

Doe mee aan de schoolquiz en ontdek hoe mondiaal de school is.

De vragen zijn verdeeld over drie terreinen: sociaal, mondiaal en milieu. Voor elke vraag geldt maar één antwoord.

 

SOCIAAL
Wat is de invloed van de school op sociaal gebied, zowel voor de school zelf als voor de plaats of stad waar de school gevestigd is?


 
1.
Aandacht voor iedere leerling
of
De school heeft een leerlingvolgsysteem dat geregeld wordt getoetst om er zeker van te zijn dat iedere leerling voldoende aandacht krijgt, ongeacht huidskleur, cultuur en niveau. Leerlingen met een handicap maken deel uit van het dagelijkse schoolleven.
of
Teamleden proberen actief de talenten van iedere leerling te benutten en te ontwikkelen.
of
Kinderen worden gestimuleerd om zich te houden aan de sociale omgangsvormen en regels van de school.
of
Alleen de intelligente en goedopgevoede leerlingen krijgen aandacht.
 
2.
Bewustzijn van (culturele)verscheidenheid
of
De school erkent en respecteert feestdagen, geloofsovertuigingen en gewoonten van velerlei culturen en godsdiensten. Waar het schoolprogramma het toelaat worden deze zoveel mogelijk gevierd.
of
De school zorgt ervoor dat feestdagen, geloofsovertuigingen en gewoonten van alle culturen en godsdiensten die onder de leerlingenpopulatie voorkomen worden erkend.
of
De school is een bijzondere school met onderwijs vanuit een bepaalde godsdienst of levensovertuiging met specifieke aandacht voor feestdagen, overtuiging en gewoonten van deze ene godsdienst.
of
De school erkent of onderscheidt geen culturele diversiteit.
3.
Vooroordelen of niet?
of
Er is een schoolbeleid waarin gelijke kansen voor iedereen het doel is. Dit beleid wordt regelmatig getoetst en herzien. De leerlingen leren wat vooroordelen zijn en de effecten ervan, zowel persoonlijk als in het algemeen. De school helpt de leerlingen vaardigheden te ontwikkelen om te kunnen omgaan met eigen vooroordelen en die van anderen.
of
Leerlingen wordt geleerd wat vooroordelen en de effecten ervan zijn. De school heeft een beleid gericht op gelijke kansen.
of
De school gaat met situaties van vooroordelen om wanneer deze zich voordoen
of
Niemand in de school heeft een vooroordeel, dus er zijn geen problemen op dat gebied.

4.
Conflicthantering
of
Er is een speciaal programma om leerlingen met conflicten te leren omgaan. Hiermee wordt het zelfvertrouwen van de leerlingen vergroot. Het zoeken naar oplossingen door samen te werken staat daarbij centraal.
of
De school heeft regels voor als conflicten zich voordoen. De hele school is ervan op de hoogte en er zijn duidelijke richtlijnen om positief gedrag te stimuleren.
of
Op school is er beleid voor discipline: kinderen en teamleden begrijpen de regels goed en leerlingen weten dat zij worden gestraft als deze niet worden nageleefd.
of
Er is geen beleid voor nodig; de leerlingen gedragen zich goed doordat er sancties worden opgelegd bij slecht gedrag.
5.
Betrokkenheid bij lokale projecten en instanties.
of
Regelmatig is er overleg over lokale projecten tussen instanties en de school en wordt er samengewerkt. Projecten worden geïntegreerd in het lesprogramma.
of
Contacten met instanties of lokale groepen zijn er wel maar er is nauwelijks communicatie of uitwisseling over projecten.
of
Er zijn wel wat contacten met lokale groepen of instanties.
of
Contacten met lokale instanties zijn er niet, het lesprogramma biedt daar geen ruimte voor.
 
6.
Deelname van leerlingen bij de besluitvorming.
of
Een actieve schoolraad is betrokken bij beleidsbesluiten en voert geregeld discussies over mondiale-, sociale- en milieuonderwerpen die de school en de plaats of stad aangaan.
of
Er bestaat een schoolraad of een soort leerlingenvertegenwoordiging en deze is bekend bij de school en de lokale gemeenschap.
of
Een schoolraad is er niet, maar de school vindt wel dat kinderen een stem moeten hebben in het wel en wee van de school.
of
Leerlingen hebben geen vertegenwoordiging nodig.

 

 

7.
Promotie van een gezonde levensstijl.
of
Een gevarieerd educatief gezondheidsprogramma wordt aangeboden. Daarin zijn voorlichting over sex, drugs en gezonde voeding opgenomen. Ook mondiale en milieu dimensies komen aan bod zoals de oorsprong van ons voedsel of de effecten van vegetarisch eten.
of
De school heeft een gevarieerd educatief gezondheidsprogramma maar dit is niet mondiaal.
of
Educatie over gezondheid ligt besloten in het leergebied ‘oriëntatie op mens en wereld’.
of
De school heeft geen educatief gezondheidsprogramma en dit heeft ook geen prioriteit.
 

MONDIAAL
Het gaat hier om aandacht voor mondiale vraagstukken: met betrekking tot het milieu wereldwijd en de situatie van mensen in derdewereldlanden.

 
8.
Wereldburger in het schoolcurriculum.
of
Wereldburger zijn is een fundamenteel onderdeel in de ideeën van de school en men treft het aan op elk terrein van het curriculum, zelfs in taal en rekenen.
of
Mondiale onderwerpen en onderwijs over duurzame ontwikkeling staan centraal in het curriculum ‘oriëntatie op mens en wereld’ en komen aan de orde in verschillende andere delen van het lesprogramma.
of
Bij bijzondere projecten en bij maatschappelijke oriëntatie komt de mondiale dimensie aan bod.
of
Leerlingen moeten zich met name concentreren op hun eigen omgeving. Mondiale onderwerpen kunnen wachten tot ze ouder zijn.
 
9.
Internationale uitwisseling.
of
De school heeft een uitwisselingsprogramma met een school in een ander land.
of
Er is een koppeling met een school in een ander land maar er heeft nog weinig uitwisseling plaatsgevonden.
of
De interesse hiervoor wordt momenteel onderzocht.
of
Er is geen sprake van een koppeling en daar zijn ook nog geen plannen voor.
 
10.
Eerlijke handel.
of
In de docentenkamer wordt alleen Fair Trade thee en koffie geschonken. De teamleden zijn zich zeer bewust van de voordelen voor de prducenten van Fair Trade producten.
of
Teamleden hebben de keuze tussen Fair Trade thee en koffie of een ander product.
of
Het gebruik van Fair Trade thee en koffie is overwogen maar is te duur.
of
Er is geen Fair Trade thee en koffie in de docentenkamer verkrijgbaar.
 

MILIEU
Welke invloed heeft de school op het milieu en op welke wijze is de school actief bezig met duurzame ontwikkeling.

 
11.
Milieueducatie in de praktijk.
of
Milieueducatie is opgenomen in het curriculum. De school heeft een gevarieerd aanbod voor milieueducatie, zoals excursies, bezoek aan milieucentra, schooltuinen en/of het planten van bomen.
of
Milieueducatie zal worden opgenomen in het curriculum en vindt aansluiting bij verschillende vakgebieden zoals ‘oriëntatie op mens en wereld’ en in projecten.
of
Milieueducatie wordt alleen gegeven als het curriculum dit verplicht.
of
De school is te druk met taal en rekenen en andere belangrijke onderwerpen om nog tijd te vinden voor milieueducatie.

12.
Deelname aan het verkeer van en naar school.
of
De school heeft een ‘schoolverkeersplan’, waarbij aandacht wordt gegeven aan een veilige ‘haal en breng’ situatie bij de school, de verkeersveiligheid rond de school en de eigen deelname daarin. Zo krijgen de leerlingen verkeersles en wordt het gebruik van de fiets gestimuleerd.
of
Leerlingen krijgen verkeersles en in diverse activiteiten worden zij gestimuleerd te voet en/of met de fiets deel te nemen aan deze activiteiten.
of
Verkeersles en de eigen deelname aan het verkeer worden niet aan de orde gesteld op school.
of
De meeste kinderen en leerkrachten komen met de auto naar school, dat is geen probleem.
(Voor kinderen die van ver moeten komen is er niet altijd een alternatief. De school zou dan wel kunnen bevorderen dat mensen samen rijden)
 
13.
Effectief omgaan met energie.
of
De school heeft een actieplan opgesteld en uitgevoerd om het energiegebruik op school te verminderen. De hele school is van dit plan op de hoogte. Het gaat hier bijvoorbeeld om het aanbrengen van isolatie, energiebewust verwarmen, waterbesparing en spaarlampen.
of
De school stimuleert afvalvermindering: in ieder klaslokaal staat een oud-papierbak; ook in de docentenkamer en bij de administratie wordt hergebruik van materialen gestimuleerd.
of
Er wordt op school geleerd hoe belangrijk de vermindering van afval en hergebruik van producten is.
of
Er is geen enkele activiteit op school ter vermindering van afval of hergebruik van welk materiaal dan ook.
 
14.
Afvalvermindering en hergebruik.
of
Er is een plan opgesteld om de hoeveelheid afval te verminderen. Het doel is minder papier en karton te gebruiken en te komen tot minder wegwerp verpakkingen voor broodjes en dergelijke. Voorbeelden zijn: hergebruik van enveloppen, karton en papier; geen wegwerpkopjes, -borden of -bestek gebruiken; teamleden en leerlingen er op wijzen voeding met minder verpakkingsmateriaal te kopen.
of
De school stimuleert afvalvermindering: in ieder klaslokaal staat een oud-papierbak; ook in de docentenkamer en bij de administratie wordt hergebruik van materialen gestimuleerd.
of
Er wordt op school geleerd hoe belangrijk de vermindering van afval en hergebruik van producten is.
of
Er is geen enkele activiteit op school ter vermindering van afval of hergebruik van welk materiaal dan ook.
 
15.
Recycling.
of
De school verzamelt oud papier, glas en blik. Deze worden naar de desbetreffende inzamelingspunten van de gemeente gebracht.
of
De schoolgemeenschap wordt aangespoord om papier, blik en glas in te zamelen en deze naar de inzamelingspunten van de gemeente te brengen.
of
De leerlingen leren op school hoe belangrijk recycling is.
of
Op school is er geen activiteit georganiseerd om materialen in te zamelen. Het komt in de les ook niet specifiek aan de orde.
 
16.
Inkoopbeleid.
of
Het inkoopbeleid houdt rekening met milieu en ethiek. Steeds wordt beoordeeld of er tweedehands en/of gebruikte producten gekocht kunnen worden, schadelijke chemicaliën en tropisch hardhout worden niet gebruikt en bij aankopen speelt de overweging mee of een bedrijf zich ‘ethisch’ en ‘maatschappelijk verantwoord’ gedraagt.
of
Het inkoopbeleid op school is zo goed als mogelijk gericht op het aankopen van her te gebruiken of te recyclen, niet-schadelijke materialen.
of
De school let sterk op de ‘ethische’ kant bij haar aankopen.
of
De inkopen worden gedaan op basis van de prijs, de goedkoopste prijs is uiteraard het belangrijkste.
 

 

Categorieën voor totaalscores van de quiz
Het belangrijkste doel van deze quiz is dat de gebruiker acties ontdekt die de school kan uitvoeren om van de school een plaats voor verantwoordelijke wereldburgers te maken. Een school met een onderwijsprogramma dat zich richt op educatie in wereldperspectief en duurzame ontwikkeling.

Aan de score leest de gebruiker af hoe groot de voetafdruk van de school is. In de toelichting krijgt de gebruiker acties en ideeën aangereikt om de voetafdruk van de school te verkleinen.

 

 

Score 76 of meer: hele kleine voetafdruk
De school heeft werkelijk een goed perspectief op de wereld en stimuleert de ontwikkeling van haar leerlingen tot wereldburgers. De school biedt mogelijkheden en ideeën om in actie te komen en zo de sociale, mondiale en milieu invloed van de schoolgemeenschap op de wereld te verminderen of te verbeteren.

Score 64 – 75: kleine voetafdruk
De school heeft al een aantal effectieve ideeën bedacht om het bewustzijn voor duurzame ontwikkeling en het wereldburger zijn te stimuleren. Door deze quiz zijn een aantal extra onderwerpen aangereikt waarmee de school over kan stappen van bewustzijn over duurzame ontwikkeling en wereldburgers tot gericht beleid.

Score 24 – 63: middelmatige voetafdruk
De school heeft alle aandacht voor de totale voetafdruk op de aarde, maar zal waarschijnlijk door deze quiz wel gezien hebben dat er terreinen zijn waarop de school nog meer in actie kan komen voor een daadwerkelijk wereldperspectief, duurzame ontwikkeling en de ontwikkeling tot wereldburgers.

Score 9 – 23: grote voetafdruk
De school is helaas nog niet in staat om over wereldburgers of duurzame ontwikkeling te doceren verder dan de minimum eisen die het curriculum stelt. Er moet veel gebeuren om de voetafdruk van de school op sociaal, mondiaal en milieugebied te verkleinen.

Score 0 – 8: gigantische voetafdruk
De school is een wandelende ramp! Leerlingen en de hele schoolgemeenschap zullen vanaf punt 0 moeten beginnen om actieve wereldburgers te kunnen worden.